Heel lang geleden werd er in het plaatsje Sneek een zeer vreemde, om niet te zeggen opzienbarende schaakpartij gespeeld bij de plaatselijke club.

De later beroemd geworden partij ging de schaakwereld door als de partij van de dolende dame.

Wat was er aan de hand.

{mospagebreak}

Het moet toch wel ruim 80 jaar geleden zijn dat 2 prominente leden er tijdens een clubavond eens goed voor gingen zitten. Kortom men had er zin in. De opening van de partij verliep vlotjes maar naarmate de partij vorderde deed zich iets geks voor. Als een opgejaagd dier werd de witte dame al na een zet of 10 van het ene naar het andere veld verjaagd. Zet na zet moest de ongelukkige dame een goed heenkomen zoeken om niet een vroegtijdige dood te sterven. Soms had ze een poosje een veilig plekje gevonden maar na een paar zetten moest ze weer verkassen naar het centrum, een  rommelige hoekje tussen paarden, lopers en pionnen. Ook deze plek was geen lang leven beschoren en al spoedig verhuisde ze naar de betrekkelijke rust en luxe van een randveld. Ziezo dacht de dame hier sta ik voorlopig wel even goed maar beste lezer u raad het al, ook hier ging het mis. Een steile zwarte loper, die al een tijd een oogje op haar had, kwam als een duveltje uit een doosje tevoorschijn en richtte onbeschroomd  zijn pijlen op de bekoorlijke dame. Maar van deze avances was ze uiteraard niet gediend en dus moest ze het veld weer ruimen en zocht ze haar heil in, een op het eerste gezicht, wel heel fraai stekje.

Eindelijk dacht ze, nu heb ik rust, maar ook deze luxe werd haar niet gegund.

Dit keer werd de idylle wreed verstoord door een onberekenbaar en onbetrouwbaar zwart paard die met geniepige zetjes en vorkjes haar het leven behoorlijk zuur maakte.

Een van de witte torens kreeg medelijden en zo werd ze opgenomen in een veilig hoekje van het bord midden tussen paarden, lopers en een eenzaam pionnetje op h3.

Hoewel ze ogenschijnlijk genoot van de weldadige rust en bescherming werd het haar op den duur toch te krap daar zo in de hoek. Ze was tenslotte niet voor niets een dame. Na verloop van tijd besloot ze om te zien naar wat meer ruimte, zo’n beetje langs de rand van het bord met fraai uitzicht over het gehele speelveld. Maar ook deze uitvlucht schonk haar uiteindelijk geen voldoening. Waar was ze beland? Zo ongezellig, geen stukken om haar heen, ja een lelijke zwarte toren waar al een paar kantelen van ontbraken. Van hem werd ze niet warm of koud, neen ze had in haar jeugd wel leukere stukken ontmoet.

U zult zich zo langzamerhand afvragen waar eindigt deze odyssee.

Helaas is de partij in al die jaren verloren gegaan. Wat echter uit de overlevering bekend is dat het met de dame toch nog goed afgelopen is. Werd ze gedurende een zet of 20 (!) telkenmale aangevallen en verdreven, aan het eind van de partij, toen opgeven onvermijdelijk leek, bloeide ze totaal op met als climax een opoffering ten gunste van haar medespelers. Het was dan ook de dame die de witspeler onsterfelijk maakte. Van deze speler, zijn naam is in de vergetelheid geraakt, is bekend dat hij na deze partij nooit meer bord en stukken heeft aangeraakt. Hij huldigde het standpunt te stoppen op het hoogtepunt, dat hij dat ruimschoots bereikt had mag geen verbazing wekken. De beste man had na z’n schaakcarrière een bloeiend architectenbureau, maar dit geheel terzijde uiteraard. Waar de dame uiteindelijk haar welverdiende rust genoot zullen we nooit te weten komen. Als rechtgeaarde schakers hopen we op een gezellig, smuk, noflik, veilig, goedkoop, rustig maar vooral duurzaam onderkomen.

Bestaat er zoiets als een schaakhemel?

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s