Dank je wel Julius! Van je collega’s moet je het maar hebben. Wel een goed plan overigens.
Ik bedoel hiermee het doorgeven van de pen voor een stukje in het Tuunhek. Want ik ben nog van de oude architectenpen. Ik schrijf en teken nog alles met de hand. Teksten type ik later het weleens over,maar eerst schrijf ik ze op. Tekeningen blijven op papier staan en van computertekenen heb ik geen verstand. Dat werk besteed ik uit aan Julius.
Een stukje voor het Tuunhek. Om dicht bij huis te blijven, wil ik het over architecten en het schaakspel hebben.
Zijn architecten goede schakers?

Als we alleen de Schaakclub Sneek bekijken, is het antwoord kort en bondig: NEE!
Ik had tijdens het onderzoek voor ons honderdjarig bestaan goede hoop dat de bekende sneker architect Albert Breunissen Troost (1832 – 1900 ) een goede schaker zou zijn. Hij heeft in Sneek veel ontworpen en gebouwd. Dansschool Vergonet, Hoogend 2 en 4 en nog veel meer. Ik was de naam Breunissen Troost in de stukken van 1890 tegengekomen. Onderzoek leerde dat het niet de architect maar een zoon was. Jammer maar helaas.

schaaktafelBlijven over Julius en ik. Wij zijn geen goede schakers. Schakers zijn we wel. We houden van het spel. Maar de mooiste stellingen weten we soms in één klap in een puinhoop te veranderen. Dat is ons gelukkig in de praktijk van het architectenleven nog niet gebeurd.
Ik ken verder ook geen geen architecten die schaken.

Marlies Röhmer,een bekende architect zei eens:”Een architect is schaker en bokser tegelijk.” Ze doelt hiermee op omgang met opdrachtgevers en aannemers. En verder las ik in een artikel Architect in balans: “Een ict-architect moet kunnen schaken op meerdere borden tegelijkertijd. Ook in dit geval gaat het niet om echt schaken maar om denken, met name om vooruit denken.

Een goede jeugdschaker: ’Het leuke van schaken is dat je goed moet nadenken. Andere hobby’s zijn tennissen en judo. Later wil ik architect worden.‘. De schrik laat mij om het hart, als dat maar goed afloopt met zijn veelbelovende schaakcarrière.
Wat hebben architecten dan met schaken?

bauhausZe ontwerpen een schaakspel en soms zelfs een schaaktafel. Hieronder ziet u het schaakspel en de tafel ontworpen door Julius. En hij is niet de enige. In 1924 ontwierp Josef Hartwig, lid van het Bauhaus, een schaakspel. Basis voor de vormgeving is het vierkant op verschillende manieren uitgewerkt. De vormgeving is volkomen functioneel als verwijzend naar en voortkomend uit de loop de stukken.

Pion: een kleine kubus evengroot als die van de koning.
Toren: een zuivere kubus. Het vierkante bovenvlak geeft aan dat dit stuk zowel horizontaal als vertikaal kan bewegen.bauhaus2Paard: een kubus met uitsparingen die de paardensprong weergeven. Naast de door de vorm aangegeven beweging van het stuk is het bovenvlak te zien als een gestileerde paardenkop.
Raadsheer: een kubus met uitsparingen, gevormd naar de diagonalen van het vierkant. De functionaliteit van de diagonale vorm van dit stuk wordt nog versterkt door de pijlvormige afwerking van de diagonalen.
Dame: een kubus met daarbovenop een bol. De dame is het enige stuk waarin ook de gebogen vorm voorkomt. Het is het machtigste stuk met bijna onbeperkte bewegings- vrijheid.
Koning: een kubus met daarop een kleine diagonaal geplaatste kubus van dezelfde afmeting als die van een pion. Hiermee wordt aangegeven dat de koning zich weliswaar in alle richtingen kan bewegen maar slechts met één veld per zet

Josef Hartwig is er bij het ontwerpen van dit schaakspel wonderwel in geslaagd het functionele op een prachtige wijze te combineren met het kunstzinnige en ambachtelijke. Zo leveren architecten toch nog een prachtige bijdrage aan dit edele spel.

Aan wie zal ik de pen overdragen? Ik was de angstgegner van Jan Hans de Jong. Laatste versloeg hij me dus dat is voorbij. Aan hem de pen!

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s