Hoe vreselijk is dit alles………….

Met slechts twee gelijke spelen in de tas moest ons vlaggenschip dwz het eerste team, aantreden tegen Soest. Op papier veruit de sterkste, maar daar lieten wij ons niet door imponeren. De begroting voor dit seizoen liet wel een verlies zien tegen deze grootmacht, maar soms laten wij ons leiden door gepaste overmoed.



Enfin, Soest wist Sneek al vroeg te bereiken, ze waren in de foute veronderstelling dat de partijen om 12.00 uur zouden aanvangen. Ook de tegenstander van ons tweede werkte met dezelfde info, dus twee teams bij het Arbeidscentrum die, in tegenspraak met haar jaren ‘40 naam, weinig arbeid liet zien.
De Soestenaren bleven vrij koel onder deze vervelende omstandigheden terwijl de tegenstanders van het tweede ongemeen veel herrie zaten te schoppen, maar da’s een ander hoofdstuk elders in dit clubblad.

Gemotiveerd en bijna op volle oorlogssterkte traden wij onbevreesd aan. Alleen Jouke moest verstek laten gaan en hij werd vervangen door Tjeerd, die wel vaker kunststukjes heeft uitgehaald voor het eerste.
De eerste uren van de confrontatie verliepen rustig: weinig partijen kenden een uitgesproken stelling met dito uitslag. Het eerste punt van Sneek kwam pas in het 4e uur: ondergetekende aan bord 8 wist met weinig spraakmakend spel de volgende stelling te bereiken:

 

 


 

Zwart dacht na 9. Dxf3   9. ...- Pd4 te kunnen uitstellen met 9. ...-g5 maar schrok even van de tegenstoot 10. Pd5! Een geforceerde ruil op d5 was het gevolg. Hier ontstond al mijn plan: de zwarte pionnen keten bevond zich op de zwarte velden en de dito loper van zwart zou zwakker zijn dan die van wit. Na een 15 tal zetten en, moet ik toegeven, niet altijd de sterkste van weerszijde, kreeg na 26. ... – f4 mijn plan een gezicht:


 

 




De clubspeler ziet dat mijn witveldige loper op het veld b3 is geruild tegen een knol die op d4 stond. De dames zijn ook van het bord dus: leve de zwarte velden! Op e5 vielen wat soldaten en twee hogere officieren, maar het (verse) soldaatje op e5 kon wel eens heel vervelend worden voor zwart:

 

 



Hier was ondergetekende erg optimistisch over de uitkomst: maar Fritz8 was minder enthousiast: een magere + 0,22 gaf hij mij. Niet eens een pionnetje! De lezer ziet dat na de ruil op g5 de witte toren binnen komt, maar ome Fritz zag direct dat als de zwarte koning naar d7 vlucht, het nog best lastig wordt voor wit om te winnen. Gelukkig voor mij zag de zwartspeler veel beren op de koningsvleugel en bracht de koning naar f7! De Fritz8-O-meter schoot naar + 7,00 en hoger maar de winnende 39. e6+ zag ik niet: 39. ...- Ke8 (anders mat!) 40. Th8+ - Lf8 en 41. Lg7 en het punt is binnen!

 

 


Maar ik speelde á tempo 39. Kf5???? Na 39. ...- Kg7 zou het voordeel, zo zwaar bevochten, helemaal weg zijn. Maar zwart speelde het verbijsterende 39. ..- Lf8????
En kon na 40. Th7+ en 41. Txb7 gevolgd door 42. Kxg5 opgeven, wat hij dan ook deed. Hoe vreselijk kan een partij verlopen!
Nog onkundig van deze hardhandige analyse sprong ik tevreden op van het 8e bord en keek met een schuin oog naar het 7e: Tjeerd had prima gespeeld en met slechts wat pionnen en een toren aan weerszijde leek remise niet veraf.  Maar zijn tegenstander wist de toren op de 7e rij te krijgen en Tjeerd moest met lede ogen aanzien hoe hij er vakkundig werd afgeschoven. Jammer, maar we hadden nog meer pijlen in de koker!
Maar al die pijlen bleken niet scherp genoeg: de één na de ander boog het hoofd en nog voor koffietijd stonden we al met 1 – 4 achter. Christian, Renske en Tjitze waren gevallen en Jan vocht voor lijfsbehoud: een eeuwig schaak uit de weggaande, want remise was in dit geval verlies voor het team. Maar ook hij kon dit keer het tij niet keren. Han had aan bord twee een tegenstander van formaat en bouwde aan een theoretisch damegambiet. Heel verdienstelijk, maar de IM van Soest wist toch een klein voordeel in een heel punt om te zetten. Tenslotte Johnny aan bord 1. Hij vocht voor wat hij waard was, maar dat was gewoon niet voldoende: een keiharde nederlaag van 1 – 7 was ons schamel deel.
Het verlies was terecht, de troepen van Soest waren gewoon een maat te groot. Maar verliezen met 1 – 7 was ons inziens toch iets te veel van het goede.
We hebben in deze KNSB oorlog nog drie veldslagen te gaan waarvan we er minimaal twee moeten winnen.
Geen onmogelijke opgave, maar we lopen zo langzamerhand wel langs de afgrond......


Anne Kloosterman

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s