bomTijdnood, het overkomt me elke partij weer. In de analyse blijkt meestal ook nog eens dat de zetten waartussen ik twijfelde, volstrekt gelijkwaardig waren. Ik probeer het dus af te leren, dat gefilosofeer, maar een rapidkanon zal ik niet snel worden. Als ik hoor dat ik voor mijn invalbeurt in Sneek 2 maar liefst drie uur op de klok krijg, ben ik natuurlijk in mijn nopjes.

Tot mijn vreugde brengt mijn tegenstander de Aljechin (1. e4 Pf6) op het bord, een opening die ik toevallig vlak daarvoor heb bekeken. Nog meer tijdwinst! Na de korte rokade op zet 12 kan ik kiezen tussen een degelijke ontwikkelingszet en een aanvallende pionzet. De laatste belooft een chaotische stelling. Op dat moment denk ik aan Tjitze, die me vorige week complimenteerde met mijn aanvallende speelstijl. Tsja. Dan voel je je toch verplicht om h4 te spelen. Wel neem ik natuurlijk ruimschoots de tijd om alle voor- en nadelen af te wegen.

Tijdens mijn eerste rondje door het gebouw, zie ik dat Jouke al zit te analyseren. Hij heeft binnen een half uur gewonnen op bord 1 (tegen 2100+!). Bij mijn volgende ronde zitten ook Coos en Selwin niet meer op hun plek. Coos speelt remise (tegen bijna 2100!) en Selwin verliest: hij gaf onnodig een stuk weg. Later kom ik ook Jan tegen die vertelt dat hij verloren heeft, maar wel goed speelde. Hij is tevreden.

Ondertussen vliegen in mijn eigen partij de stukken er achter elkaar af. Als de storm gaat liggen, op zet 23, zijn we al in een soort eindspel beland. Mijn tegenstander heeft twee pionnen meer, maar ik heb een loperpaar voor zijn tweede toren. Volgens het klassieke puntensysteem sta ik achter, maar ik vind mijn positie niet slecht. Na twee keer dezelfde stelling kan ik op zet 34 voor remise kiezen. Ik heb niet zo veel tijd meer – het is me weer gelukt –, maar ik moet zet 40 kunnen halen. Voor het team hoef ik de remise niet veilig te stellen, zegt captain Wytse Wiersma.

Op zet 40 krijg ik een uur verse bedenktijd en vanaf dan wikkelt de stelling onverwacht soepel af in mijn voordeel. Na niet al te lange tijd geeft mijn tegenstander op en kan ik tevreden zijn over mijn KNSB-debuut. Als ik aan Wytze vraag hoe het met het team gaat, is hij vol goede moed. Het staat dan 2,5 – 2,5. Volgens WW moet Frits winnen en halen Douwe en Tjeerd remise. En anders wordt het misschien 4 – 4.

Een rondje langs de borden leert me dat Frits een pionnetje voorstaat, maar de stellingen van de andere twee zijn niet bepaald rooskleurig. Terug bij Wytse wil ik hem confronteren met zijn tendentieuze berichtgeving. ‘Wel een beetje optimistisch, jouw verslag van de situatie,’ fluister ik. ‘Verslag, ja leuk, schrijf een verslag voor de website,’ antwoordt Wytse. ‘En stuur ook je partij erbij op. Zo’n leuk stukje als van Julius, weet je wel.’ ‘Ik bedoelde…’ sputter ik nog tegen, maar door de euforie van de overwinning is mijn weerstand snel geknakt. Vooruit dan maar. Zonder snor, bril of baard, maar een stukje is het geworden.

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s