Sneek IV speelde zijn tweede wedstrijd uit tegen ‘Leege Geaen’ uit Gauw. Gauw waren we er zeker. Een kwartier te vroeg zodat we mooi konden helpen met het verhuizen van tafels en stoelen in het onverwarmde zaaltje in ‘Us Gebou’.

Nadat we wat opgewarmd waren konden we los na een vriendelijk welkomstwoord. Volgens oudgediende Sybe was het zeker 20 jaar geleden dat de Sneker schakers het pittoreske dorpje met een bezoek hadden vereerd.

De tegenstander van ondergetekende (7) werkt in de beton. Zo zag zijn schaak er ook uit. De boel vastzetten met de pionnen en zoveel mogelijk afruilen. Ik kwam er niet door. Probeerde nog een uitval met de dame maar dit werd eenvoudig gepareerd. Remise derhalve. Gezien mijn voortdurende schakeritis een topprestatie.

 
Half tien klaar, genoeg tijd dus om eens kijkje bij de andere borden te nemen.


Wytze op 5 stond een kwaliteit en een pion achter en had naar eigen zeggen zijn avond niet. In een wild west partij begon zijn tegenstander te twijfelen en dat moet je juist tegen Wytze niet doen. In een eindspel met een loper meer vergaloppeerde de Gauwenaar zich en deed onze schwindelkoning zijn naam alle eer aan.

Buurman Maurits aan het voeteneind maakte er een enerverend potje van. Eerst een stuk achter, weer terugwinnen en vervolgens in een lastig eindspel met beide een toren en een paard knap remise halen. Wat schwindelen betreft is Maurits een goede tweede.

Bij de overige borden zag het er een stuk minder rooskleurig uit. Dirk, Sybe en Maarten stonden onder druk, Jan Hans en Sake Jan gelijk tot beter.

Sybe (6) moest bijna de gehele partij zijn koning beschermen tegen mat maar kon goed tegenspel bieden. Zijn tegenstander zag een eenvoudig mat achter de paaltjes over het hoofd zodat dit punt ons in de schoot werd geworpen. Een beetje ontdaan verontschuldigde Sybe zich voor zo’n mazzeltje, hetgeen vriendelijk in dank werd aanvaard.

Tussenstand derhalve 1-3 in ons voordeel. Tot zover crescendo.

Volgens mijn inschattingen (voor wat het waard is) had Sake Jan op het derde bord een kansrijk loperoffer kunnen doen met aanval op de koning. Hij koos voor een behoudende zet. Even later ging het toch mis toen zijn naakte koning schaak werd gezet door de dame met loperverlies tot gevolg. Hiermee kwam Sake Jan goed weg want het had ook zijn dame kunnen zijn. Na een gemene loperzet verloor hij ook nog de kwaliteit en daarmee de partij.

Dirk op het eerste bord stond toen al onder druk met een batterij van een loper en dubbele torens gericht op zijn staatshoofd. Dirk offerde zijn paard voor 3 vrijpionnen maar toen hij in het eindspel een toren kado gaf was het pleit beslecht. Gelukkig gaat het met zijn Frysk een stik better. Met een tussenstand van 3-3 was alles nog mogelijk.

Jan Hans (4) blunderde een stuk weg en kwam daarna niet meer in het stuk voor. Zijn sterk spelende opponent maakte geen fout waarna Jan Hans hem maar de hand schudde. Het spreekwoord: ‘een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken’ ging niet voor hem op. Laat die grijze bos maar weer groeien.

Na deze verliespartij was het aan, wie anders dan, Maarten om de zaak gelijk te maken.

Tussen de Albada’s, Dotinga’s en andere Friese namen viel de naam Vergonet me bij binnenkomst al op. Rudolf speelt blijkbaar graag zijn partijtjes in de luwte van het dorpsschaak want hij was de tegenstander van Maarten op bord 2. Na een rustige manoeuvreerpartij kwam de Hegumer steeds meer onder druk. Zijn torens en slechte loper konden na dameruil niets inbrengen tegen de binnengedrongen torens en koning van ‘Valentino’.

Laatstgenoemde schepte er een bijna sadistisch genoegen in Maarten zo lang mogelijk te laten bungelen. Deze had echter veel eerder kunnen en moeten opgeven.

Al met al een terecht verlies dat nog veel ongunstiger had kunnen uitvallen.

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s