Ter nagedachtenis aan een pas overleden schaker van betekenis wordt in een rubriek als deze vaak een mooie winstpartij getoond en zo deed ik dat hier op 8 mei, kort na het overlijden van Douwe van der Meulen (1944-2020) ook. Het is Van der Meulen zelf die me in 2015 influistert dat hij zijn partij uit de 2e ronde van het FK van 2009 beschouwt als een hoogtepunt in een serie deelnames aan de strijd om de Friese titel in deze eeuw.


Een partij uit de periode dat Van der Meulen op zijn sterkst was, mocht hier toch ook niet ontbreken vond ik, omdat ik me niet kon herinneren dat betrokkene me m.b.t. de vorige eeuw ook iets had aangereikt moest ik op zoek. Een winstpartij moest ik hebben, bij voorkeur tegen een opponent van enig kaliber, interessant openingsspel van Van der Meulen heel graag, en het zou helemaal mooi zijn als de winst een impact zou hebben die als het ware boven de partij zelf uit zou stijgen. Natuurlijk weet ik ook wel dat je het niet altijd op een presenteerblaadje krijgt en er vaak water bij de wijn moet, maar ik ga zo'n zoektocht altijd graag met enige ambitie in.

Na enige uren in de archieven stuitte ik op een uitgave van 'Schaken in Friesland' uit 1990, en ik kon m'n ogen niet geloven.
In het seizoen 1989/1990 is er sprake van felle strijd om het kampioenschap van de FSB, lees ik, die op de 26 februari 1990 in een duel DSC-Sneek in Drachten zijn ontknoping krijgt. In de tweede helft van de avond zijn het de Snekers die de zaak definitief naar hun hand zetten, en waar ze de inspiratie vandaan halen staat er ook bij. Het is de winst van hun kopman die op de bewuste avond aan het topbord de niet misselijke Willem Koning de 'Sneker variant van het Siciliaans' voorschotelt en hem met virtuoos aanvalsspel al na 18 zetten tot opgave dwingt.
Het zal zo rond tien uur 's avonds op die 26e februari in 1990 zijn geweest stel ik me zo voor. De stand is nog maar 0-1, en dan zegt men vaak dat het nog alle kanten op kan, maar deze keer is het anders. Het FSB-kampioenschap gaat naar Sneek. 

Wit: Douwe van der Meulen (Sneek), Zwart: Willem Koning (DSC), FSB-Promotieklasse, 7e ronde, Drachten, 26 februari 1990.

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Le2!? Yge Visser pikt begin jaren tachtig ergens in het buitenland dit zetje op, de zaak wordt in Sneek, ongetwijfeld ook door Van der Meulen, verder bestudeerd. Meerdere spelers van Sneek boeken er successen mee, ik meen me te herinneren dat ik zelf na 3.-d6 4.c3 Pf6 5.d4 cxd4 6.cxd4 Pxe4 7.d5!, de eigenlijke hoofdvariant, een slachtoffer van Wim Ykema wordt. 3.-Pf6 4.e5 Pg4 5.b4! Pgxe5 6.Pxe5 Pxe5 7.bxc5 Da5?! Op dit moment een wat misplaatste zet lijkt mij. 8.0-0 d5 9.d4 Pg6 10.a4 Ld7 11.Ld2 Dd8 12.c4 Lc6 13.Db3 e5!?

douwekoning

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Een zet eerder is de witte c-pion eindelijk aan een opmars begonnen en die wil nu door, met c4xd5xc6xb7, tja, welke pion wil zoiets niet. Maar na 14.cxd5 Dxd5! gaat het er niet van komen. 14.Pc3! In feite een briljant voorstel. In ruil voor die zegetocht naar b7, mag de zwarte pion die zich zonet vanaf e7 in beweging heeft gezet, er ook zo eentje maken eindigend op d2, en daarbij zelfs twee stukken slaan, wit hoeft er maar één. Of zwart het voorstel aanneemt doet er eigenlijk niet toe: wit heeft in alle varianten winnend spel. 14.-exd4 15.cxd5! dxc3 16.dxc6 Hier biedt 16.-bxc6 17.Lxc3! zwart geen hoop. Na 16.-cxd2 17.cxb7! hebben beide pionnen hun slalom voltooid en wordt duidelijk dat er voor zwart ondanks het extra stuk ook dan geen redding is, op 17.-Tb8 heeft wit 18.Lb5+. Met de voortzetting in de partij rekt zwart de partij evenmin nog lang. 16.-Lxc5 17.cxb7 Tb8 18.Db5+! en zwart gaf op.

Opgave 3584 betrof een tweezet van Arnoldo Ellerman (Skakbladet 1946).

probleem 3584

Wit kan het op de 5e rij wel af met een toren minder, als je er eentje een hokje naar beneden schuift dreigt het dubbelschaak 2.Le3#.
De veilig optie lijkt 1.Tg4?, met die zet onttrekt de toren zich aan een aanval, tevens echter, heeft een ongenode gast ook toegang tot dat veld: 1.-g5!
Die slagzet op g5 hoeft wit echter niet te vrezen, die op e1 ook niet, of die op f4, zelfs een slagzet op h4 is niet erg. Dit geldt overigens alleen als wit begint met 1.Th4! en zo 2.Le3# dreigt.
Na 1.-Pxh4 is een dubbelschaak niet nodig: 2.Le3#, vrij simpel is 1.-Pxf4 2.Txf4# en een aardig batterijmat toont 1.-Pxe1 2.Ld2#.  
Zwart kan ook de toren spelen, want dan staat de loper op f4 gepend en gaat 2.Le3# dus niet. Gaat de toren naar links,1.-Txa7 of 1.-Tb7, dan verliest hij de matzet 2.Da1# uit het oog. Alle velden op de c-lijn hebben echter eveneens een bezwaar: 1.-Tc6 2.Pxb5#, 1.-Tc5 2.Le5#, 1.-Tc4 2.Td5#, 1.-Tc3 2.De4#. Interferentie op c6, blokkering op c5, c4 en c3. Met 1.-f5/fxg5 2.De5# en 1.-d2 2.Dxd2# er nog bij is het hele plaatje compleet.
Een rijke tweezet.

Opgave 3588

Miroslav Havel
Besedy Lidu 1915

probleem 3588

Wit begint en geeft mat op de 3e zet. Sleutel + alle varianten t/m de 2e witte zet (5 punten) voor 25 juni naar:

Dolf Wissmann
Dirk Boutsstraat 53-b
8932 CP Leeuwarden
Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

 

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s