Ik zit in een schaakdip. En zie er maar eens uit te komen. Een kennis van me kwam er niet uit. Zo ver wil ik het niet laten komen.

Ik durf mijn schaakboek bijna niet meer in te kijken. Louter prutswerk.

Het ziet er niet uit.

Niet dat men op de club ook maar een beetje mee werkt. Vergeet het maar. Verliezen van heren op leeftijd (namen zijn bij de redactie bekend) valt niet mee. 


Kom op mannen, lever die seizoenkaart in. Na zoveel jaren is het toch mooi geweest. Sjoelen is ook leuk. Dan hebben oudere jongeren zoals ondergetekende ook weer een kans.
Raar woord eigenlijk: dip. Dub zou beter zijn, afgeleid van het werkwoord dubben maar dit terzijde.

Ik bevind me trouwens in goed gezelschap betreffende de dip. Ga maar na: Sneek II verliest met 6-2, Sneek III met 7-1. In het Friese Haagje gaat het ook niet helemaal naar wens. Ook deze club dipt aardig mee in de malaisesaus.

Zou het heersen?

Naast de Mexicaanse griep een Sneker schaakdip? Waar haal ik mijn spuit?


Alles heb ik er aan gedaan. Mijn hele schaakbibliotheek nog maar eens doorgespit. Mezelf tot diep in de nacht moed ingesproken. Toen dit niet hielp geestelijke bijstand gezocht op de sofa.


Mijn onsterfelijke partijen voor de zoveelste keer nagespeeld. Dreigbrieven en haatmails naar mijn tegenstanders gestuurd. De KNSB gebeld voor tips en advies.

Ik ben ten einde raad.

Bij deze nog een laatste verzoek aan mijn aanstaande tegenstander: laat me winnen of blunder voor mijn part opzichtig, het maakt me niet uit. Volgende week staat de uitwedstrijd met het vierde naar  Lege Geaen op het programma.

Vandaar.

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s