juliusVoor mijn zomervakantie koop ik meestal enkele boeken. Met alleen Rummikub houd ik het geen 3 weken vol. Hoe dan ook, dit jaar kocht ik voor een prikkie een zeer lezenswaardig boek over ruim 250 mijlpalen in de wiskunde, met de eenvoudige titel "Het wiskunde boek". Een aanrader. Uiteraard zit er het verhaal van de graankorrel en het schaakbord bij. Voor elke rechtgeaarde schaker gesneden koek zodat ik het hier dan ook niet uit de doeken ga doen.

 

Het gaat over verdubbeling en leidt uiteindelijk tot scheepsladingen vol graan. U weet wel.

Een ander verhaal over de typende aap trok echter mijn aandacht. Dit stuk gaat over de kans dat een aap een boek, of, bescheidener, een zin kan typen. De gedachte is dat wanneer je een aap maar lang genoeg (lees oneindig) laat typen er uiteindelijk wel een boek uitrolt. Sterker nog, een bibliotheek vol boeken!

Laten we dit idee eens los op het schaakspel.

Stel we nemen 2 apen (varkens of pinguïns mag ook maar apen zijn een stuk handiger), een bord en schaakstukken. Ook nu zou moeten gelden: als ze maar lang genoeg doorgaan is er na verloop van tijd een heuse partij gespeeld zonder dat ze het zelf in de gaten hebben. Vervangen we nu de apen door schakers (clubschakers of profs, maakt niet veel uit) dan kunnen we na oneindig veel partijen de ultieme, foutloze partij verwachten. Kortom de partij die alle andere partijen overbodig maakt.

Het begrip eeuwig schaak in een geheel ander jasje gestoken. Het spel zou na vele eeuwen opgelost zijn. Louter remises zouden er gespeeld worden.

Conclusie: het schaakspel is ten dode opgeschreven als we maar lang genoeg leven.

 

Julius

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s