juliusDe mythe van de discuswerper gaat ongeveer als volgt: in de Griekse oudheid in het plaatsje Sparta was een jongeman, laten we hem voor het gemak Socrates noemen, van plan mee te doen aan de Olympische Spelen. Omdat hij nogal uit de kluiten gewassen was leek discuswerpen hem wel wat. Bij de plaatselijke smid liet hij een fraai exemplaar maken van gietijzer. Hij schatte de diameter op ongeveer 20 cm. Van het gewicht echter had hij geen flauw benul. Toen het apparaat klaar was bleek het ruim 15 kg zwaar te zijn. Ver boven het gebruikelijke gewicht van 4 kg. Opgetogen met zijn nieuwe aanwinst trainde hij er lustig op los.

Na verloop van tijd brak eindelijk zijn moment aan. Maar toen hij aan de beurt was om te gooien verbaasde hij zich over het gewicht van de discus. Het leek wel of dit een kinderspeeltje was. Hij slingerde de discus dan ook veel verder dan zijn tegenstanders en werd glorieus Olympisch kampioen. De historici onder u moeten mij maar niet euvel duiden over tijd, naam en plaats. Het gaat in dit stukje niet over correcte geschiedschrijving maar over het idee van een innovatieve, om niet te zeggen, revolutionaire trainingsmethodiek.

Stelt u zich eens voor als Sven Kramer op houtjes gaat schaatsen, Anky van Grunsven op een ezel een piaf uitvoert, wielrenners met dikke banden de Mont Ventoux beklimmen, tennissers het houten racket uit de kast halen. Hoeveel gouden medailles had Pieter van den Hoogenband meer gewonnen als hij in een gebreide zwembroek had getraind?

Voor de schakers onder ons heb ik het volgende in gedachte: alle oefenpotjes dienen blind gespeeld te worden. Een blinddoek of afgeplakte bril volstaat. Met de rug naar het bord mag maar is dubieus. Smokkelen is niet toegestaan. U zult versteld staan van het resultaat. Elke normale partij wordt zo een fluitje van een cent.

Voor dammers weet ik niks beters te bedenken dan de schijven te verzwaren tot een kilootje of twee.

Julius

0
0
0
s2sdefault
powered by social2s